Plaatsen van de zonnepanelen op een plat dak

Vóór het plaatsen van de zonnepanelen is het verstandig om schaduw te voorkomen van andere objecten welke schaduw op de rijen zonnepanelen kunnen geven. Dit kan veroorzaakt worden door andere huizen, schoorsteentjes, hoge bomen, opstaande randen, dakkapellen, pijpjes, etc.
Als vuistregel houd u 2 tot 3 keer de hoogte aan van het object dat schaduw geeft. Dus bij een boom met de lengte 5 meter, welke schaduw op uw dak geeft, telt u dus 10 tot 15 meter van de boom naar uw dak en zo kunt u kijken of de eerste rij zonnepanelen of meerdere rijen zonnepanelen in de schaduw staan.

U kunt ook de hellingshoek van de zonnepanelen aanpassen van 30 graden op een plat dak naar 15 graden. De zonnepanelen staan dan lager en geven zo ongeveer de helft minder schaduw, u gaat dan van 1.5 meter schaduw ongeveer naar 80 cm schaduw. Het verlies aan rendement bij de zonnepanelen wanneer deze op 15 graden staan in plaats van 30 graden is 6%. Dit is veel lager dan het rendementsverlies van de zonnepanelen bij schaduw. 
Lees meer hierover op http://www.thyser.com/schaduw_zonnepanelen

De meest gebruikte opstelling bij een plat dak zonnepanelen opstelling is een 30 graden hellingshoek. Dit geeft ook het beste rendement bij de zonnepanelen. Een andere hellingshoek welke ook geplaatst word is de 15 graden hellingshoek. Dit is vooral bij een schaarste aan ruimte voor de zonnepanelen op het platte dak. Ook is 15 graden een goede oplossing om schaduw te voorkomen omdat de zonnepanelen lager opgesteld zijn dan bij een 30 graden opstelling en er dus minder schaduw ontstaat. Het rendementsverlies bij een 15 graden hellingshoek is 6% tegenover een 30 graden opstelling. Maar dit is veel lager dan het rendementsverlies bij schaduw.

verschil1.pngverschil2.pngverschil3.pong

              
Verschil 30 graden opstelling en 15 graden opstelling zonnepanelen

Bij een plat dak landscape opstelling begint u met het 'vouwen' van de driehoeken. Dit zijn de zijkanten van de stellage. U heeft per landscape stellage altijd 1 driehoek meer nodig. Dus bij 1 zonnepaneel zijn er 2 driehoeken nodig en bij 3 zonnepanelen heeft u 4 driehoeken nodig.

driehoek.png

De driehoeken 'vouwt' u naar binnen en u maakt de driehoek vast door beide uiteindes van de driehoek vast te zetten met een lange moer. De lange moer haalt u door de twee gaten van de driehoek heen welke op de uiteindes zitten. Waarna u op de lange moer een bout vastdraait met de accuboor, terwijl u aan moer vasthoud met een steeksleutel.

 metaalhaak.pnglangebout.pongmoer.png

U veegt eventueel het grind eerste weg bij een plat dak installatie van zonnepanelen en zet de driehoeken 1.65 meter (de breedte van het zonnepaneel) uit elkaar.

Hierna sluit u de lange verbindingsstukken achterop de driehoeken. Bij 30 graden heeft u er twee, bij 15 graden heeft u er een. Deze verbindingsstukken maakt u aan de achterkant van de driehoeken vast door. 

verbindingstuk.png bout.png

 
Deze verbindingsstukken maakt u aan de achterkant van de driehoeken vast door het bijgeleverd kleine moertje in de voorgetapte schroefdraad te draaien en met de accuboor vast te zetten. Bij een 30 graden hoek opstelling draait u twee moertjes in de achterkant van de driehoek (in elk verbindingsstuk 1, u heeft twee verbindingsstukken op de achterkant bij 30 graden). Bij 15 graden draait u maar 1 moertje in het verbindingsstuk en de achterkant van de driehoek omdat er ook maar 1 gaatje is en u maar 1 verbindingsstuk achterop plaatst.

Indien u op een hoog dak zit, vanaf 9 meter hoogte is het verstandig om ook op de bodem van de driehoeken (bij een 30 graden opstelling) twee tegeldragers te plaatsen voor extra ballast.

Bij een 15 graden opstelling op een plat dak heeft u alleen maar tegeldragers op de bodem van de driehoeken (niet achterop) voor ballast met de stenen (40x40 of 40x60, wij raden 40x40 aan omdat de 40x60 stenen wat te zwaar zijn).

Dus bij een 15 graden opstelling plat dak maakt u 1 verbindingsstuk op de achterkant en twee tegeldragers op de bodem.

De tegeldragers kunt u zo op de bodem neerleggen, deze hebben geen schroeven.

tegeldrager.png

Voordat u tegels aanbrengt op de tegeldragers, legt u eerst de kleine zwarte matjes onder beide uiteinden (voor en achter) van elke driehoek. U legt vooraan de driehoek (een paar centimer van de punt) en achteraan een matje neer. Ook is het verstandig om een klein extra stukje van de zwarte matjes af te scheuren en onder het midden van de driehoek te leggen wanneer u extra verzwaring gebruikt met tegeldragers op de bodem bij een 30 graden opstelling of zeker bij een 15 graden opstelling plat dak (hier zit de verzwaring alleen op de bodem).

- Tip: BEGIN nu eerst met de 40 x 40 stenen op de onderkant (de tegeldragers op de bodem) te leggen, in het geval van de 15 graden opstelling en optioneel (indien u hiervoor kiest) ook bij de 30 graden opstelling. Indien u direct de zonnepanelen plaatst, is het lastig de tegels op de bodem te leggen.

U kunt nu beginnen met de zonnepanelen te bevestigen op de voorkant van de driehoeken. Leg het zonnepaneel zo dat deze op twee driehoeken rust. Zorg wel dat het frame zo recht mogelijk staat.

- Tip: u kunt het beste beginnen met het plaatsen van het buitenste zonnepaneel van de plat dak stellage. 

- TIP: Leg de zonnepanelen zo op de rails dat alle junction boxen (het zwarte vierkantje achterop het zonnepaneel) van de zonnepanelen dezelfde kant op wijzen. In ieder geval dat wanneer u de zonnepanelen allemaal heeft geplaatst, dat de junction boxen van alle zonnepanelen allemaal aan de linkerkant, rechterkant of aan de bovenkant van het zonnepaneel zitten.

bekabelingwegwerken.pong

- Tip: Bij een 15 graden opstelling (en indien u wenst ook bij een 30 graden opstelling) kunt u het beste de zonnepanelen alvast aan elkaar koppelen (het is lastiger om bij de bekabeling van de zonnepanelen te komen wanneer deze als vast liggen op de plat dak opstelling, vooral bij een 15 graden opstelling). Dit wordt 5 alinea’s verderop uitgelegd.

Ook kunt u net na het koppelen van de zonnepanelen de bedrading alvast aan de stellage tyrippen (tegen de wind, dat de bedrading niet te los ligt en zo niet tegen de stellage aanslaat en tegen spanningsgevaar).

U kunt het buitenste zonnepaneel dan aan de buitenste driehoek vastmaken met twee lange moeren en twee eindklemmen (er zijn ook maar twee gaten).

eindklem1.png eindklem2.png langebout.pong
 

U kunt de andere kant van het zonnepaneel vastmaken met twee tussenklemmen en twee lange moeren in de gaten met schroefdraad van de andere driehoek waar het zonnepaneel op rust. Boor deze tussenklemmen nog niet te vast wanneer u meerdere zonnepanelen plaatst. Leg het tweede zonnepaneel naast het eerste zonnepaneel op de tweede en derde driehoek en zet deze vast met de reeds aangebrachte tussenklemmen van het andere zonnepaneel en boor de tussenklem nu wel vast.

langebout.pong klemmetje.png
     

De andere kant van het tweede zonnepaneel zet u vast met twee andere tussenklemmen. U gaat zo door tot het einde van de stellage waar u het laatste zonnepaneel bij de laatste driehoek met twee eindklemmen vast maakt.

 Tip: Mochten de gaatjes van de plat dak stellage driehoek (waar u de moer van de tussenklem of eindklem wilt plaatsen) bedekt zijn door de zonnepanelen of u heeft te veel ruimte tussen de zonnepanelen kunt u een beetje voorzichtig duwen of trekken aan de buitenste driehoeken. Let wel op dat de zwarte matjes nog onder de driehoeken liggen.

Om de volgende rij zonnepanelen achter de eerste rij zonnepanelen te zetten moet u rekening houden met schaduw van de eerste rij. Als vuistregel houd u 2 tot 3 keer de hoogte aan van het object dat schaduw geeft. Dus bij een 30 graden opstelling is de 50 centimeter hoog en plaatst u de volgende rij zonnepanelen dus met een tussenruimte van een meter tot 1,5 meter.

Lees meer hierover op http://www.thyser.com/schaduw_zonnepanelen

Zonnepanelen aan elkaar koppelen

De volgende stap is de zonnepanelen aan elkaar koppelen. Vóór het aanbrengen van de stenen aan de achterkant ter verzwaring.

Vrouwtje ( - )                                                   Mannetje ( + )
vrouwtje.png  mannetje.png

Op het mannetje ( + ) van het eerste zonnepaneel, sluit u een lange (deze moet door het dakdoorvoer gaan en reiken tot de omvormer in lengte) MC4 kabel aan. Op één uiteinde van de MC4 kabel hoort een vrouwtje ( - ), welke u vastklikt (u moet klik horen wanneer u het vrouwtje op het mannetje aansluit) op het mannetje ( + ) van het eerste zonnepaneel. Deze bekabeling maakt u vast aan de railsen tot het gat waar u naar binnen gaat. een beetje in het midden (aan de driehoeken of verlengstuk) zodat u de stenen nog makkelijk kan plaatsen en dat de tyrib niet in de weg zit. Tape wel het andere uiteinde van de MC4 kabel en zet hierop welke connector u nog op dit uiteinde van de MC 4 kabel moet bevestigen. Indien u aan het ene uiteinde van de MC4 kabel een vrouwtje ( - ) heeft aangesloten op het eerste zonnepaneel zoals in dit voorbeeld het geval is, dient u aan het andere uiteinde nog een mannetje ( + ) te plaatsen. Klik het mannetje ( + ) niet op de MC4 kabel tot u met de kabel bij de omvormer bent uitgekomen, anders komt u moeilijk door het pijpje op het dak of de elektriciteitsbuis aan de zijkant van het huis en eventuele andere gaten in het huis.  U zet dus op de tape welke connector nog op het uiteinde van de MC4 kabel zit dat naar de omvormer binnen gaat, een ( + ) teken of mannetje en eenmaal bij de omvormer zet u er een mannetje ( + ) connector op.

Let op: dat u bij meerdere strings zonnepanelen, de strings ook markeerd met 1 of 2 of 3, dus bijvoorbeeld 1+ of 1 -, of 2+ , etc.  

U kiest ervoor om één van de connectoren van zonnepaneel 1 te verlengen met de connector van zonnepaneel 2 (het maakt niet uit of u nou een plusje of een minnetje verlengd met zonnepaneel 2). U kunt bijvoorbeeld kiezen om het vrouwtje ( de min - ) van zonnepaneel 1 te verlengen met het mannetje van zonnepaneel 2. U houdt dan het mannetje ( + ) van zonnepaneel 1 over en deze verlengt u met één van de verlengkabels welke naar binnen gaat naar de omvormer. U heeft dus op de verlengkabel voor de omvormer een vrouwtje (de min - ) aan een uiteinde zitten welke u dus verbind met het mannetje ( + ) van zonnepaneel 1. U verbind hierna dus het vrouwtje ( - ) van zonnepaneel 1 met het mannetje ( + ) van zonnepaneel 2.

Bij elk zonnepaneel verbind u de connectoren zoals bij zonnepaneel 1, dus het vrouwtje ( - ) van zonnepaneel 2 verbind u met het mannetje ( + ) van zonnepaneel 3. Het verbinden van het derde paneel gaat op dezelfde manier als paneel 1 en 2. Dat de zonnepanelen aan elkaar verbonden zijn met de connectoren wordt een string genoemd. Het eerste en het laatste zonnepaneel in een string dient met de bijbehorende verlengkabel te worden verbonden.

U kunt in het geval van grind op het platte dak het grind weer onder de zonnepanelen schuiven, onder de stellage.

Het plaatsen van de stenen bij een 30 graden zonnepanelen systeem

Na het aan elkaar koppelen van de zonnepanelen, kunt u bij een 30 graden zonnepanelen pv systeem (bij 15 graden  kunt u alleen de stenen op de bodem leggen) de verzwaring via 40x40 of 40x60 stenen op de achterkant van de stellage zetten.

Voor de hoeveelheid stenen rekent u als volgt: indien u bijvoorbeeld 3 zonnepanelen landscape installeert op een plat dak, heeft u 1.65m x 3 zonnepanelen is 4.95m aan stenen nodig. 4.95m delen door 40cm of 60cm betekent dus 12 stenen van 40x40cm of 8 stenen van 40x60cm dat u nodig heeft bij 3 zonnepanelen. 

Hierna werkt u de bekabeling weg op het dak. De bekabeling van de zonnepanelen en welke u leidt naar de omvormer, kunt u het beste in PVC buizen laten en lopen en boven de grond (voor een lang behoud en optimaal functioneren van de bekabeling). Wij gebruiken altijd vierkante keien, boren daar een gat in en doen er een plug en een zadeltje in waar we de pvc buis in klikken.

Zonnepanelen kabels naar de omvormer brengen vanaf het dak

Boor NIET in het dak!

U kunt de verlengkabels van de zonnepanelen naar de omvormer(s) het beste via een ongebruikt pijpje op het dak of via de muur aan de zijkant van het dak met een elektriciteisbuis (wij gebruiken vaak grijze elektriciteisbuis, welke dezelfde kleur heeft als de regenpijpen). De elektriciteitsbuis kunt u buigen en bochten maken door een veer in de buis te doen en de buis dan te buigen.

- Tip: Wanneer de zonnepanelen verlengkabels via de buitenmuur naar binnen brengt, let u dan wel op bij het gat dat u in de zijmuur boort om de kabels naar binnen te brengen. U boort van binnenuit naar buiten. Wanneer u bijna door de buitenmuur heen bent met boren, haal de boor dan van de klop af en zet deze op de gewone boor,  anders heeft u kans dat de (een stuk) steen van de buitenmuur van de muur af slaart. Ook boort u in de stenen muur (van binnenuit) van boven naar beneden, tegen lekkage.  Ook kunt u het beste niet op slagboor boren.

Het aansluiten van de zonnepanelen op de omvormer kunt u lezen op www.thyser.com/Zonnepanelen_aansluiten_omvormer_en_afronding_zonnepanelen