Plaatsen van de zonnepanelen op het schuine dak

Tip: vóór het plaatsen van de zonnepanelen

Voor de zonnepanelen op het dak te plaatsen is het handig (niet verplicht) om de volgende handelingen te verrichten:
 
1.   Plak de connectoren (uiteinden van de kabels van de zonnepanelen) met de tape vast op de bovenkant van het profiel, zodat je er van de voorkant bij kunt.
2.   Monteer een bout en moer in de bovenste gaten van het paneelframe, zodat de zonnepanelen bij montage over het profiel ‘gehaakt’ kunnen worden. Op deze manier heeft u bij het monteren de handen vrij en hangen de zonnepanelen straks allemaal op dezelfde hoogte. NB: deze bouten en moeren zijn hulpmiddelen en zijn niet meegeleverd.
 
Bepaal vervolgens aan welke kant van het systeem u met de elektriciteitskabels naar binnen (in het pand) wilt gaan. De kant waar u de kabels naar binnen brengt wordt bepaald door onder andere: 
- Kies hiervoor bij voorkeur een plaats onder een zonnepaneel zodat de kabels uit het zicht kunnen worden geplaatst. 
- Kijk allereerst uit dat u de loodslab niet raakt met boren en gat hiernaast boort. 
- Bepaal de plaats waar u de omvormer komt te hangen of waar u de kabels naar beneden brengt, u kunt  hier dan in de buurt uikomen. 
 
Dus voordat u de zonnepanelen op de rail gaat klemmen, heeft u al bepaald waar de omvormer komt te hangen en waar de kabels het pand binnen gaan. Maak hier een dakdoorvoer van binnen naar buiten (dan weet u precies waar u binnen uitkomt met de bekabeling). Boor schuin naar beneden om lekkage te voorkomen (al zit het gat achter de dakpannen en wordt aan het eind van de installatie dicht gemaakt met PUR schuim of watervaste KIT, dus de kans op lekkage is zeer gering). Gebruik voor het boren van het gat een verlengde houtboor van 16mm bij twee draden (dus bij één string) en 20mm bij vier draden (twee strings). U gebruikt een stukje PVC buis (elektriciteitsbuis) van 16mm of 20mm dik en rond de 20cm of 30 cm in lengte om de kabels door naar binnen te werken, dit werkt veel gemakkelijker dan zonder PVC buisje te werken. U kunt nadat u de bekabeling naar binnen hebt gehaald het PVC buisje weer weghalen.
Let wel op dat de dakdoorvoer zowel binnen als buiten de exacte locatie heeft welke u voor ogen heeft. 
 
Let op: U gaat hierboven te werk wanneer u een omvormer van het Duitse merk SMA gebruikt, omdat deze sunclix heeft (dat is een mannetje en vrouwtje welke bij de SMA omvormer worden meegeleverd, waar u alleen de MC4 kabels net voordat deze de omvormer ingaan hoeft te strippen en deze gestript in het sunclix mannetje of vrouwtje kunt doen. 
 
Bij een Soladin600 omvormer van het Nederlandse merk Mastervolt bijvoorbeeld worden er geen sunclix bijgeleverd, maar zetten wij voor u alvast de mannetje en vrouwtje connector vast aan de MC4 kabel, zodat u de connectoren niet meer  hoeft te bevestigen (hier heeft u namelijk een dure MC4 tang voor nodig). Doordat u de connector (haal de connectoren niet tegelijk door de PVC buis anders past het niet) ook door de PVC buis haalt en de kabel, moet u een gat boren van 25mm. Let wel dat het PVC buisje dat u gebruikt in het gat om de bekabeling doorheen te halen even groot is als het gat, dus ook 25mm. 
 
Met behulp van een beetje PUR-schuim of watervaste kit is het mogelijk om de kabeldoorvoer door het dak waterdicht af te werken na afloop van de installatie (wacht hier dus nog mee tot alle bekabeling binnen is en het PVC buisje er uit het gat gehaald is). 
 
Breng de uiteinden van de kabels op het dak langs de aangebrachte rail naar de plaatsen waar deze met de zonnepanelen moet worden verbonden. Eventueel overtollige lengtes kabel kunnen onder de zonnepanelen worden opgerold en met een tyrip worden vastgezet. Zorg ervoor dat alle uiteinden van de kabels zijn voorzien van connectoren alvorens de zonnepanelen te monteren en aan te sluiten. Losliggende kabels die met de zonnepanelen zijn verbonden voeren een hoge spanning en kunnen levensgevaar opleveren! 

Plaatsen van de zonnepanelen

Na het monteren van de railsen, kunt u de zonnepanelen gaan bevestigen. Werk bij het plaatsen van de zonnepanelen van boven naar beneden. Dus begin met de railsen bovenaan van de zonnepanelen installatie (anders kunt u lastig de bovenste zonnepanelen bevestigen). Zoals eerder vermeld, steken de zonnepanelen bij een portrait opstelling ongeveer 30 centimeter aan de bovenkant en 30 centimeter aan de onderkant van de railsen uit. U kunt nu de zonnepanelen op de rails leggen in de in portrait of landscape formatie. 
 
TIP: Leg de zonnepanelen zo op de rails dat alle junction boxen (het zwarte vierkantje achterop het zonnepaneel) van de zonnepanelen dezelfde kant op wijzen. In ieder geval dat wanneer u de zonnepanelen allemaal heeft geplaatst, dat de junction boxen van alle zonnepanelen allemaal aan de linkerkant, rechterkant of aan de bovenkant van het zonnepaneel zitten. 
bekabeling zonnepaneel schuin.png
 
U kunt het beste de zonnepanelen alvast aan elkaar koppelen (het is lastiger om bij de bekabeling van de zonnepanelen te komen wanneer deze als vast liggen op de rails). En ook kunt u net na het koppelen van de zonnepanelen de bedrading alvast aan de rails tyrippen (tegen de wind, dat de bedrading niet te los ligt en zo niet tegen de dakpannen aanslaat en tegen spanningsgevaar). 
 
Het is raadzaam om het monteren van het eerste zonnepaneel te beginnen aan de buitenkant van het systeem en te werken van de onderste rij zonnepanelen naar boven. 
 
Tip!: Ga nooit in de goot staan voor montage op de onderste rij!
 
Op het mannetje ( + ) van het eerste zonnepaneel, sluit u een lange (deze moet door het dakdoorvoer gaan en reiken tot de omvormer in lengte) MC4 kabel aan. Op één uiteinde van de MC4 kabel hoort een vrouwtje ( - ), welke u vastklikt (u moet klik horen wanneer u het vrouwtje op het mannetje aansluit) op het mannetje ( + ) van het eerste zonnepaneel. Deze bekabeling maakt u vast aan de railsen tot het gat waar u naar binnen gaat. Doe dit achter de zonnepanelen en een beetje in het midden zodat u de tussenklemmen en eindklemmen nog makkelijk kan bevestigen. Tape wel het andere uiteinde van de MC4 kabel en zet hierop welke connector u nog op dit uiteinde van de MC 4 kabel moet bevestigen. Indien u aan het ene uiteinde van de MC4 kabel een vrouwtje ( - ) heeft aangesloten op het eerste zonnepaneel zoals in dit voorbeeld het geval is, dient u aan het andere uiteinde nog een mannetje ( + ) te plaatsen. Klik het mannetje ( + ) niet op de MC4 kabel tot u met de kabel bij de omvormer bent uitgekomen, anders komt u moeilijk door het gat door het dak heen en eventuele andere gaten in het huis.  U zet dus op de tape welke connector nog op het uiteinde van de MC4 kabel zit dat naar de omvormer binnen gaat, een ( + ) teken of mannetje en eenmaal bij de omvormer zet u er een mannetje ( + ) connector op. 
 
Let op: dat u bij meerdere strings zonnepanelen, de strings ook markeerd met 1 of 2 of 3, dus bijvoorbeeld 1+ of 1 -, of 2+ , etc.   
 
Hang het eerste zonnepaneel met de bouten over het profiel. Controleer of het zonnepaneel recht hangt en klem de module aan de vrije kant in. Zorg dat het paneel precies haaks op de rail ligt. Als dit niet het geval is komt de gehele rij scheef te liggen! Dit zonnepaneel aan de buitenkant maakt u vast met eindklemmen. 
 
klem1.png klem1.png
 
De einklemmen maakt u vast met lange moeren. Het uiteinde van de lange moeren komen in de rails en worden een kwartslag gedraaid, zodat de moeren vastzitten in de rails. De moer doet u dan door het gat van de eindklem waarna deze wordt vastgezet door hetzelfde boutje welke u hebt gebruikt om de rails aan de dakhaken te bevestigen. 
lange bout.png moertje.png
 
De bouten kunt u met de accuboor vastzetten, zodat het eindklemmetje op de de zonnepanelen drukt en deze dus aan één kant alvast stevig vast liggen. Dit doet u zowel op de bovenste rails als op de onderste rails, zodat het zonnepaneel zowel boven als onder vastzit.  Dit doet u beide zonnepanelen welke aan de uiteinden van de rails komen (voor de zonnepanelen op de hoeken/uiteinden van de rails gebruikt u eindklemmen). 
 
Schuif vervolgens de tussenklem tegen de andere kant van het paneel maar draai daarbij de inbusbout nog niet aan. Hang het volgende paneel op de bouten naast het eerste paneel. Zorg bij het plaatsen van het tweede paneel dat deze exact in één lijn ligt met het eerst geplaatste paneel.
 
U plaatst nu het tweede zonnepaneel tegen het eerste zonnepaneel aan. U kiest ervoor om één van de connectoren van zonnepaneel 1 te verlengen met de connector van zonnepaneel 2 (het maakt niet uit of u nou een plusje of een minnetje verlengd met zonnepaneel 2). U kunt bijvoorbeeld kiezen om het vrouwtje ( de min - ) van zonnepaneel 1 te verlengen met het mannetje van zonnepaneel 2. U houdt dan het mannetje ( + ) van zonnepaneel 1 over en deze verlengt u met één van de verlengkabels welke naar binnen gaat naar de omvormer. U heeft dus op de verlengkabel voor de omvormer een vrouwtje (de min - ) aan een uiteinde zitten welke u dus verbind met het mannetje ( + ) van zonnepaneel 1. U verbind hierna dus het vrouwtje ( - ) van zonnepaneel 1 met het mannetje ( + ) van zonnepaneel 2. De klemmen tussen deze zonnepanelen kunnen nu strak aangedraaid worden.
 
   Vrouwtje ( - )                                                 Mannetje ( + )
vrouwelijke aansluiting.png mannelijke aansluiting.png
 
Hierna plaatst u tussen beide zonnepanelen een tussenklem, met een lange moer waarvan het uiteinde van de moer in de rails wordt geplaatste en een kwartslag wordt gedraaid. De moer haalt u dan door het gat van de tussenklem waarna u de bout op de moer bevestigd en deze stevig aandraaid met de accuboor, zodat het zonnepaneel stevig vast zit. Dit doet u zowel op de bovenste rails als de onderste rails. 
klemmetje.png lange bout.png moertje.png
 
Bij elk zonnepaneel verbind u de connectoren zoals bij zonnepaneel 1, dus het vrouwtje ( - ) van zonnepaneel 2 verbind u met het mannetje ( + ) van zonnepaneel 3. Het plaatsen van het derde paneel gaat op dezelfde manier als paneel 1 en 2. U schuift twee tussenklemmen tegen de lange kant van paneel 2. U plaatst paneel 3 strak tegen deze klemmen en draait ze handvast aan. Het laatste zonnepaneel op de hoek maakt u met het andere zonnepaneel in het centrum vast met tussenklemmen en op de hoek met eindklemmen. Dat de zonnepanelen aan elkaar verbonden zijn met de connectoren wordt een string genoemd. Het eerste en het laatste zonnepaneel in een string dient met de bijbehorende verlengkabel te worden verbonden.